mrt 262011
 

Vragen en dilemma’s rondom het levenseinde.

De dood geeft aanleiding tot zeer uiteenlopende emoties, zeker als het gaat om een zelfverkozen dood. Vaak is het niet zozeer het overlijden zelf dat deze emoties oproept als wel de weg ernaar toe: hoe zwaar was het lijden van betrokkene voorafgaande aan diens keuze, wat vonden de nabestaanden van die keuze, was er wel een ‘weg naartoe’ of was de daad onverwacht en onbegrijpelijk? Of het gebeuren na het overlijden.
Levensbeëindiging op verzoek/hulp bij zelfdoding na een ernstige ziekte zijn wat dat betreft niet te vergelijken met een impulsieve suïcide bij een jong en ogenschijnlijk gezond iemand.
Maar weten wij dan wel zeker dat het een suïcide betrof? Er worden tenslotte ook wel eens moorden gecamoufleerd als suïcides. En ook het omgekeerde komt voor: een plaats delict die op het eerste gezicht alles heeft van een crimescène maar na zorgvuldig onderzoek toch resulteert in de conclusie ‘zelfmoord’.

Voor de ‘reguliere’ levensbeëindigingen en zelfmoorden hebben wij in ons land inmiddels goede afspraken en is de politie-/justitiebemoeienis in het algemeen beperkt. In elk geval leiden deze casus zelden tot de aanhouding van mogelijke verdachten. Dit kan anders zijn als sprake is van mogelijke strafbare inmenging door derden, zoals hulp bij zelfdoding door niet-bevoegden, moord, doodslag of het achterlaten van een persoon in nood.
En natuurlijk zijn er de grensgevallen met betrekking tot de ‘euthanasie’: hoe moet gehandeld worden bij een verminderd/afwezig bewustzijn, de patiënt in kwestie kan dan immers niet meer ‘ten volle’ ondraaglijk lijden…..
Nog delicater wordt het als mensen ondraaglijk lijden maar niet in aanmerking komen voor ‘reguliere’ levensbeëindiging maar ook niet rigoureus zelfmoord willen plegen. Voor deze categorie heeft Boudewijn Chabot de term ‘zelfeuthanasie’ bedacht, die hij in zijn laatste boek ‘Uitweg’ (geschreven in samenwerking met Stella Braam) aan de hand van een aantal indrukwekkende voorbeelden tracht te verhelderen. Belangrijk bij deze zogenaamde ‘auto-euthanasie’ is het advies aan betrokkene ‘niet alleen te blijven’ tijdens het stervensproces, waarmee het probleem geboren is: de aanwezigen zijn dan immers in eerste instantie ‘verdachten’. Hoe moet hiermee nu worden omgegaan?

Dat het doen van een lijkschouw meer betekent dan even snel de overlijdenspapieren tekenen, wisten wij al. Dat in sommige gevallen bijzondere vragen zullen opdoemen kan voor menigeen nieuw zijn. Het is de bedoeling om tijdens dit symposium een groot deel van deze vragen te bespreken en waar mogelijk te beantwoorden, niet alleen als ‘droge theorie’ maar aan de hand van illustratieve casuïstiek, zodat het geleerde ook toepasbaar is op ons dagelijkse werk.

Wij verwachten dan ook u met dit programma weer een interessante en afwisselende dag te kunnen bieden.

Programma

09.00–09.30 uur Ontvangst en koffie.

09.30-09.35 uur Welkomstwoord door de dagvoorzitter.
Mw. L.Jacobi, lid 2e kamer.

09.40-10.10 uur Nieuwe ontwikkelingen binnen de euthanasiepraktijk.
O.a. euthanasie bij patiënten met een verlaagd bewustzijn.
Dr. E.L.M.. Maeckelberghe, UMCG Expertisecentrum,
Ethiek in de Zorg.

10.15-11.00 uur Forensisch onderzoek bij een vermeende suïcide.
Drs. K.H. Gan, forensisch arts en
G. Gussenhoven, forensisch onderzoeker.

11.00-11.25 uur Koffiepauze.

11.30-12.15 uur Auto-euthanasie: gewoon suïcide of toch iets anders?
Dr. B. Chabot, psychiater.

12.15-12.30 uur Plenaire discussie met alle sprekers.

12.30-13.15 uur Lunchpauze.

13.15-14.15 uur Algemene Ledenvergadering.

14.20-15.05 uur Pallitatieve sedatie: de nieuwe richtlijn, verschil met
euthanasie, consequenties voor forensisch onderzoek.
Dr. R. van Coevorden, Huisarts.

15.10-15.55 uur Suïcide in bijzondere situaties: minderjarige en edetineerden.
Drs. L. Oonk, psychologe VU, Mr. E. Thoonen, strafjuriste.

15.55-16.15 uur Plenaire discussie met alle sprekers.

16.15-16.30 uur Afsluiting door de dagvoorzitter.

16.30-17.00 uur Borrel.