sep 012010
 

Sporenonderzoek is overwegend het taakgebied van de politie (technische recherche). De forensisch geneeskundige speelt echter op een aantal deelgebieden, zoals bij zedendelicten en letselverklaringen, wel een belangrijke rol. Lees voor gerichte informatie ook de betreffende rubrieken op de site. Van belang is dat de forensisch geneeskundige zich realiseert dat de kans om bruikbare sporen te vinden met de tijd afneemt en dat sporen door manipulatie of lopen over een plaats delict gemakkelijk vernietigd worden. Overleg bij sporenonderzoek daarom altijd goed met de politie.

Het is bij een forensisch geneeskundig onderzoek, zoals een zedendelict, nuttig om een plan te maken om de sporen op een zodanige manier te verzamelen dat ze tijdig en met zo min mogelijk verlies. Het belangrijkste is om eerst de ogen goed de kost te geven, na te denken en pas daarna sporen af te nemen en de manipulaties te verrichten die noodzakelijk zijn voor het onderzoek.

Sporen zijn kleinere of grotere resten die veel informatie kunnen geven over een incident. Meestal gaat het om sporen op, aan of binnen het lichaam en op de kleding. Denk bijvoorbeeld aan letsels, biologische sporen (bloed, lichaamsvocht, haren, epitheel onder nagels e.d.), chemische sporen in bloed en lichaamsvocht (geneesmiddelen, toxische stoffen e.d) en materiaalresten (zoals kruitsporen, kledingvezels e.d.). Bij het zoeken naar sporen kan ook gebruik worden gemaakt van de ‘crimescoop’, een monochromatische lichtbron (400-700 nm) waarmee bloed, urine, speeksel en sperma gemakkelijk zichtbaar kan worden gemaakt.

Bij zowel levenden als doden kan door de politie een oordeel gevraagd worden omtrent letsels en om behulpzaam te zijn bij het afnemen van biologische en  chemische sporen en materiaalresten bij een dader of  slachtoffer. De forensisch geneeskundige dient ook op te passen zelf geen sporenbron te worden! Het gebruik van overalls, hoofd- en mondkapjes, handschoenen en  plastic schoenovertrekjes zijn vaak een must om netjes te werken.