aug 312010
 

Een lijkschouw is behalve uitwendig onderzoek van het stoffelijk overschot een onderzoek naar de feiten en omstandigheden rondom het overlijden. Na elk overlijden moet worden onderzocht of het overlijden natuurlijk of niet natuurlijk was.

Behalve medische kennis en kennis van de medische voorgeschiedenis moet men op de hoogte zijn van de relevante wetgeving. Niet alleen de wet op de lijkbezorging en de WGBO maar ook delen van de strafwetgeving en het burgerlijkwetboek zijn van belang. De visie van de Geneeskundige inspectie kan gebruikt worden om te bepalen of melding moet worden gemaakt van mogelijke fouten of onzorgvuldigheden door professionals.

Een verklaring van natuurlijk overlijden wordt in het algemeen afgegeven door de behandelend arts. Dit is degene die de patient als laatste medische zorg heeft verleend of de huisarts-waarnemer waarbij de overledene stond ingeschreven. Indien er geen behandelend arts is, of als de behandelend arts niet overtuigd is van natuurlijk overlijden is men verplicht onverwijld de gemeentelijk lijkschouwer te waarschuwen.

Het onderzoek naar de doodsoorzaak en aard van overlijden  wordt door hem/haar overgenomen. Afhankelijk van de situatie gebeurt dit onderzoek samen met de technische recherche of de politie. Indien geen verklaring van natuurlijk overlijden kan worden afgegeven brengt de schouwarts verslag uit aan de officier van justitie  middels een zogenaamd Art 10 formulier. Bij gevallen van lijkvinding of bij overlijden  in de openbare ruimte wordt de overlijdensverklaring ook door de forensisch arts ingevuld.

Bij het overlijden van een  chronische ernstig zieke of in die gevallen waarbij het overlijden in redelijkheid kon worden verwacht is het meestal eenvoudig de aard van overlijden te bepalen. Moeilijker wordt het als het overlijden onverwacht komt en/of op jonge leeftijd. Het postmortale onderzoek wordt dan belangrijker en meer uitgebreid.
Te denken valt aan het berekenen van het tijdstip van overlijden, het interpreteren van postmortale verschijnselen zoals lijkvlekken en lijkstijfheid; het herkennen van tekenen van uitwendig geweld en het plaatsen daarvan in het juiste perspectief. Ook het bemonsteren en veilig stellen van biologische sporen heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. In dit soort gevallen wordt intensief samengewerkt met de politie.

Intoxicaties bij de lijkschouw

Elke schouw is anders, maar een vraag die vaak bovenkomt is: Kan er hier sprake zijn van een vergiftiging. Meestal betreft het suïcide met psychofarmaca of andere geneesmiddelen (pijnmedicatie). Vaak is een afscheidsbrief aanwezig. Soms glas met wit beslag en fles met alcoholische drank en/of lege strips op tafel of in de afvalemmer. Bij evidente suïcides kan het bewijs van intoxicatie desgewenst met bloed en/of urine-onderzoek worden aangetoond.

Ook koolstofmonoxyde (CO) wordt nog geregeld als doodsoorzaak gezien in Nederland. Dit is te herkennen aan de typische roze-rode lijkvlekken. Zeker als ook het huisdier is overleden moet er aan CO gedacht worden. Cave: betreden kamer van overlijden is gevaarlijk! Bewijs door middel van bloedonderzoek (snelle bepaling mogelijk).

Als het overlijden door een intoxicatie om juridische redenen moet worden bevestigd, is een gerechtelijke sectie noodzakelijk. Het postmortaal afnemen van bloed is onvoldoende omdat de relatie tussen de bloedspiegel van de stof en het overlijden niet altijd met zekerheid te geven is. Bovendien kan bij een intoxicatie het overlijden ook nog het gevolg zijn van een natuurlijke oorzaak, hetgeen alleen met een sectie kan worden uitgesloten.

Voor overleg over intoxicaties kunt u bellen met de Formedex-adviseur. Voor nadere informatie over intoxicaties is ook het Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum te bereiken op tel. nummer 030-2748888 (alleen voor medisch personeel, 24 uur per dag).