aug 312010
 

Bij seksueel misbruik van kinderen, meisjes, vrouwen en soms ook mannen zijn vaak letsels en sporen aantoonbaar. De eerstelijns forensisch arts is de aangewezen persoon om dit bewijsmateriaal in opdracht van de politie te verzamelen.

Bij verkrachting doet het slachtoffer aangifte bij de politie. Binnen 24 tot 48 uur moet het onderzoek door de forensisch arts plaatsvinden. Het medisch onderzoek is gericht op het vinden van biologische sporen (speeksel, sperma, haren en soms zelfs vingerafdrukken). Ook de beschrijving en de fotografische vastlegging van letsels maken deel uit van het sporenonderzoek. De rapportage van de forensisch arts speelt een belangrijke rol in een eventuele strafzaak.

Het door de forensisch arts verzamelde sporenmateriaal en de letselverklaring worden via de zogenoemde ‘zedenset’ verstuurd naar het gerechtelijk laboratorium, het NFI. Daar wordt met name het DNA-onderzoek van het door de forensisch arts verzamelde materiaal verricht. Vanwege dit DNA-onderzoek is een goede onderzoeksruimte waarin de kans op contaminatie (vervuiling van het verzamelde materiaal met sporen van arts, rechercheur of anderen) minimaal is, van groot belang.

Het zedenonderzoek wordt verricht door een forensisch arts in nauwe samenwerking met de zedenpolitie/technische recherche. In sommige regio’s wordt voor het onderzoek nog de hulp van een gynaecoloog ingeroepen. Bij het medisch onderzoek van kinderen die mogelijk het slachtoffer zijn van seksueel kindermisbruik is specifieke kennis op dit terrein nodig. Dit hoort niet thuis in de behandelsector, maar in hiertoe gespecialiseerde centra. Formedex weet wie deze expertise in huis heeft.

Na het medisch onderzoek van de forensisch arts, dat voornamelijk gericht is op het verzamelen van bewijsmateriaal, wordt ook aandacht besteed aan anticonceptie en het opsporen van eventueel opgelopen geslachtsziekten. Verwijzing voor SOA-onderzoek is een belangrijk onderdeel van het zedenonderzoek.